Het ultieme rimpeleffect
Share
Voor veel Arsenal-supporters uit Nederland begon de liefde voor de club in het jaar van de Invincibles. Ik was de hype enkele jaren voor. Mijn geluk is geweest dat ik een oudere broer had die mij, toen ik een jaar of acht was, Championship Manager leerde kennen. Ik koos het team van Dennis Bergkamp, mijn favoriet, en de rest was geschiedenis.
De eerste keer dat ik het speelde, kwam ik niet voorbij het eerste scherm. Ik snapte nog niet dat er verplichte keuzes waren op sommige schermen, waardoor ik niet verder kwam dan mijn introductie binnen de club. Toen hij terugkwam om me te helpen, nam mijn leercurve gelukkig rap toe. De Premier League en de Champions League waren dankzij het bestaande elftal, aangevuld met Maxim Tsigalko en wat anderen, geen partij voor de achtjarige Arsène Wenger die ik was.
De introductie met Championship Manager, later Football Manager, bracht me veel. Het bracht mijn liefde voor voetbal tot een krankzinnig niveau, en ik denk dat De Derde Helft en mijn vriendschap met Tim & Gijs nooit bestaan hadden zonder. Enkele studieonderdelen had ik wel cum laude af kunnen sluiten zonder, en ik had meer vrienden gehad. Maar het leven bestaat uit keuzes. Hoeveel kinderen wisten er nou in groep 6 wat de sterke punten waren van Pat Rice als assistent? Dat is pas rijkdom.
Wat het vooral bracht, was een diepe, diepe liefde voor Arsenal. Een eenzijdige liefde, zoals ik eerder schreef, maar een diepe liefde. Ik had nooit kunnen dromen dat het feit dat ik hetzelfde spel als mijn broer wilde spelen ervoor zou zorgen dat ik op 19 mei 2026 in mijn eentje, na 90 minuten ijsberen in een matig verlichte woonkamer, amper kon beseffen dat Arsenal na 22 jaar kampioen is geworden van de Premier League zonder zelf te spelen. Bournemouth speelde gelijk tegen Manchester City. Zelf was ik enkele weken terug aanwezig in het Emirates, toen datzelfde Bournemouth Arsenal rock bottom liet bereiken en mijn hoop op een titel liet vervliegen. Ik heb het de wonderploeg van Iraola duizendmaal vergeven gisteren.
Naar bed gaan was raar. Ik had wat beelden gezien van de gebeurtenissen rondom het Emirates, maar nog niks van spelers, geen reacties van pers en analisten, geen gelikte filmpjes. Toch kon ik de slaap slecht vatten.
Ik dacht aan de Champions League-finale van 2006, het pijnlijkste moment in mijn leven als Arsenal-supporter. Aan 2016, toen we het weggaven en Leicester kampioen werd. Aan de afgelopen drie jaar, waarin we om uiteenlopende redenen net te kort kwamen. Maar ook aan dit jaar, waarin een speels en dominant Arsenal eindigde als een zakelijk en boring Arsenal. Alleen prijzen zouden het goedmaken.
En nu is Arsenal kampioen. Krijgt het zondag tegen Crystal Palace een erehaag en de mooiste kampioensbeker die er bestaat. En maakt het als underdog redelijk vrijblijvend kans op de dubbel in de Champions League-finale tegen Paris St. Germain.
Ik, en ik denk velen met mij, heb zo genoten van alle beelden vandaag. De juichende spelers bij het trainingscentrum, waar zij gezamenlijk keken. Madueke en Gabriel die thuis ontvangen werden door zielsgelukkige familieleden. Het oh zo gelikte filmpje met een hoofdrol voor Arsène Wenger en Rice, Timber, Eze en Saka die om 6 uur 's ochtends feest vierden met supporters die tweemaal dronken waren, eenmaal van geluk.
Het zal hopelijk niet nog een keer 22 jaar duren. We zullen de top van de top van de apenrots vast ook weer moeten verlaten, kijk maar naar Liverpool, maar dat is de toekomst. Nu is het tijd om te genieten. Laten we hopen dat we daar in Boedapest een extra dimensie aan kunnen geven.
COYG!
Snijboon